Onderzoek

De onderafdeling Endocrinologie en Stofwisselingsziekten verricht voornamelijk  onderzoek op het gebied van diabetes mellitus. Het onderzoek staat onder leiding van prof. dr. M.C.G.J. Brouwers, prof. dr. B.E. de Galan en dr. B. Havekes.

Onderzoeksthema’s binnen de onderafdeling zijn:
  1. Complicaties en co-morbiditeiten van diabetes mellitus
  2. Intermediair metabolisme
  3. Zorg op maat bij de behandeling van diabetes
  4. Schildkliercarcinoom
  5. Fructosestofwisselingsziekten
  6. Overig
Het onderzoek van de onderafdeling Endocrinologie en Stofwisselingsziekten is onderdeel van:
  1. Het programma ‘Vascular Complications of Diabetes and Hypertension’ als onderdeel van de de divisie ‘Vessels’ van de onderzoeksschool CARIM
  2. De divisie ‘Obesity, Diabetes and Cardiovascular Health van de onderzoeksschool NUTRIM
  3. Het programma ‘Creating Value-based Healthcare’ van de onderzoeksschool CAPHRI
Complicaties en co-morbiditeiten van diabetes mellitus

Zowel de kosten als kwaliteit van leven van patiënten met diabetes worden voor een groot deel bepaald door de aandoeningen die samengaan met diabetes. Complicaties van diabetes zijn hart- en vaatziekten en oog-, zenuw- en nieraandoeningen. Aandoeningen die vaak samengaan met type 2 diabetes (co-morbiditeiten) zijn niet-alcoholische vetleverziekte, polycysteus ovariumsyndroom en jicht. De onderafdeling probeert meer inzicht te krijgen in de relatie tussen diabetes en deze aandoeningen.

Complicaties
Deze onderzoekslijn, geleid door de Galan, is gericht op de gevolgen van diabetes en de behandeling van diabetes. Dit onderzoek bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste wordt onderzoek gedaan naar factoren die betrokken zijn bij het ontstaan van of het risico verhogen op hart- en vaatziekten bij diabetes. Ook wordt gekeken naar de rol van (on) gezonde leefstijl op het ontstaan van diabetes en de gevolgen en naar andere aandoeningen die vaak bij diabetes (type 2) voorkomen, zoals schade aan het bewegingsapparaat, chronische pijn en obesitas. Het tweede deel van het onderzoek richt zich op hypoglykemieën (lage bloedglucose). Hypoglykemieën vormen een substantiële, soms zelfs dagelijkse, ziektelast voor mensen met diabetes die behandeld worden met insuline en verhogen het risico op hart- en vaatziekten en overlijden. Dit onderzoek brengt zo goed mogelijk de lichamelijke, psychologische en gezondheidseconomische gevolgen van hypoglykemieën in kaart, inclusief onderliggende mechanismen, en onderzoekt behandelstrategieën die het risico op hypoglykemieën of de gevolgen ervan kunnen verminderen. Het uiteindelijke doel is om de schadelijke gevolgen van diabetes te verminderen en de kwaliteit van leven van mensen met diabetes te verbeteren.

Co-morbiditeiten
Deze onderzoekslijn, geleid door Brouwers, onderzoekt de rol van non-alcoholische vetleverziekte in het ontstaan van hart- en vaatziekten, polycysteus ovariumsyndroom en type 2 diabetes. Veel mensen die te zwaar zijn, stapelen vet in hun lever. Soms is dat schadelijk voor de lever. Aangezien de lever een centrale rol in de stofwisseling heeft, denken we dat vetstapeling in de lever gevolgen heeft voor het functioneren van andere organen.

Ons onderzoek vindt op verschillende manieren plaats. We verrichten interventiestudies met bijvoorbeeld fructose in gezonde vrijwilligers en kijken wat de gevolgen zijn voor de lever. We brengen patiënten met zeldzame leverstofwisselingsziekten gedetailleerd in kaart. We maken gebruik van gegevens uit de Maastricht Studie om de relatie tussen de lever en andere aandoeningen beter te begrijpen. Soms willen we processen in detail kunnen bestuderen. Dan ontkomen we niet aan proefdieronderzoek. We beperken dit type onderzoek tot een minimum. 

Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is om nieuwe medicijnen te ontwikkelen die de lever en daarmee de rest van het lichaam gezonder maken. 

Intermediair metabolisme

Deze onderzoekslijn, geleid door Havekes, onderzoekt de rol van diverse endocriene en metabole mechanismen in de regulatie van het energiemetabolisme in mensen. Het menselijk lichaam bevat receptoren voor hormonen, die na binden van het hormoon via allerlei ‘intermediairen’ (tussenproducten) meerdere effecten op het metabolisme (de stofwisseling) kunnen hebben. De gevoeligheid van deze receptoren blijkt tussen mensen veel te verschillen; dit hebben we bijvoorbeeld kunnen aantonen bij de glucocorticoïd receptor. Verstoringen in het energiemetabolisme zijn erg nauw verweven met het ontwikkelen van inulineresistentie en uiteindelijk diabetes mellitus. Belangrijke factoren zijn de activiteit van het ‘bruine vet’ en de functie van de ‘energiefabriekjes’ (ook mitochondriën genoemd) die je idealiter zou willen kunnen beïnvloeden. In studies bij gezonde vrijwilligers wordt daarom gekeken naar effecten van verschillende interventies met voedingssupplementen, (nieuwe) medicijnen of bewegingsprogramma’s met als doel dit energiemetabolisme te verbeteren en daarbij de ontwikkeling van ziekten als diabetes mellitus te kunnen vertragen. 

Zorg op maat bij de behandeling van diabetes

Dankzij de komst van nieuwe medicijnen en technologieën wordt het steeds beter meer mogelijk om patiënten met diabetes de zorg te bieden die zij nodig hebben. In samenwerking met prof. dr. Ruwaard (vakgroep Health Services Research) verrichten we onderzoek met als doel: 1) de kwaliteit van zorg die de patiënt met diabetes ervaart te verbeteren; 2) de gezondheid van alle patiënten met diabetes te verbeteren; 3) de kosten in de gezondheidszorg niet verder op te laten lopen. 

Schildkliercarcinoom

De zorg voor patiënten met schildklierkanker is van oudsher multidisciplinair georganiseerd in een academisch ziekenhuis. Het aantal patiënten met dit type tumor is sterk toegenomen en de zorg is beduidend complexer geworden. Tegelijkertijd is de focus meer op kwaliteit-van-leven komen te liggen. Als expertisecentrum hebben we deze kwaliteit-van-leven als speerpunt genomen bij het regionaal uitrollen van de ontwikkelde zorgpaden gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek. Een structurele database van alle patiënten met schildkliercarcinoom en routinematig afnemen van vragenlijsten zoals de lastmeter zijn geïncorporeerd in de dagelijkse routine en kunnen gebruikt worden voor onderzoek. De verstoorde energiestofwisseling bij patiënten met schildkliercarcinoom werd onderzocht door naar het ‘bruine vet’ en het metabolisme te kijken. We nemen actief deel aan diverse landelijke netwerkstudies en zijn gestart met de uitrol van een landelijke studie naar de uitademingslucht (elektronische neus) bij mensen met een schilkliercarcinoom: het doel is hiermee de diagnostiek te kunnen verbeteren en de belasting voor patiënten te kunnen verminderen. 

Fructosestofwisselingsziekten

Hereditaire fructose intolerantie (HFI) is een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte. Naar schatting hebben zo’n 200 mensen in Nederland deze aandoening. De inname van fructose (ook wel vruchtensuiker, aanwezig in fruit, sommige groentes en veel bewerkte voeding) leidt direct tot buikklachten en overgeven. Langdurige inname kan zelfs leiden tot onherstelbare lever- en nierschade. Patiënten met HFI moeten zich gedurende hun gehele leven houden aan een dieet zonder fructose.
Deze onderzoekslijn richt zich op de kwaliteit van leven, de zorgbehoeftes en de lange termijn gevolgen van HFI. 

Overig

De onderafdeling Endocrinologie en Stofwisselingsziekten is betrokken bij verschillende landelijke studies die geïnitieerd zijn door andere academische centra. De afdeling is tevens betrokken bij (inter) nationale geneesmiddelenstudies die door de farmaceutische industrie geïnitieerd zijn. 

Contact

Mocht u geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan een van de onderzoeken die hier boven beschreven zijn, dan kunt e-mail sturen naar onderzoek.endo@mumc.nl.
We zijn zowel op zoek naar deelnemers aan het onderzoek, als naar studenten die het onderzoek willen uitvoeren in het kader van hun opleiding Geneeskunde, Gezondheidswetenschappen of Biomedische Wetenschappen.